Grosso modo kan men de schilderkunst verdelen in 2 categorieën: Aan de ene kant het weergeven van de werkelijkheid, aan de andere kant het interpreteren daarvan.
Door de hele kunstgeschiedenis heen kan men die tweedeling zien: Bv Jeroen Bosch tegenover de Vlaamse primitieven, Het expressionisme tegenover het impressionisme, Willink tov bv. Karel Appel, en zo zijn er wel meer voorbeelden.
Tegenwoordig, al lijkt het een beetje op zijn retour, is het zo goed mogelijk schilderen van een ei, of een kannetje het hoogste doel. Daarbij verdient het ook lekker, en op zich is daar niets mis mee.
Met een goed fototoestel komt men hier echter ook een eind, dus moet er iets meer zijn.



Dat iets is dus de persoonlijke inbreng van de maker, van de kunstenaar. Datgene wat hem onderscheidt.
Wat dat precies inhoudt is moeilijk aan te geven en is per kunstenaar verschillend.
Maar men kan dat niet doen door landschapjes te blijven schilderen, of mooie klaprozen, of stillevens, of al 100 maal geschilderde abstractjes, om maar wat te noemen.
Zo makkelijk is het allemaal niet.
Wat dan wel moet? Dat is nu een zaak voor de kunstenaar.
Moeilijk? Zeker, maar niemand heeft u gevraagd kunstenaar te worden. Toch?
En dan, tenslotte, als het niet lukt, er blijven nog genoeg leuke dingen over.